Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 7.7 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:46.
Bevers komt tot deze conclusie op basis van zowel een wetshistorische als een teleologische benadering van het belemmeringsverbod. In het kader van de wetshistorische interpretatie stelt zij, kort samengevat, dat de wetgever in de wettekst van het belemmeringsverbod in de Arbeidsvoorzieningswet 1990 vermoedelijk bewust heeft gekozen voor de term arbeidsverhouding om ook andere samenwerkingsvormen dan uitsluitend de arbeidsovereenkomst onder het bereik van het belemmeringsverbod te laten vallen. Zoals vermeld bij noot 71 acht ik dit argument niet erg overtuigend. Verder verwijst Bevers naar de hiervoor al besproken ruimere tekst van art. 6 lid 2 Uitzendrichtlijn (zie onder 3.6 en 4.8) en naar het uitgangspunt van de Europese Commissie, dat de positie van de uitzendkracht verbetering behoeft en dat álle bepalingen die ‘de aanwerving’ van een uitzendkracht verbieden of verhinderen daarom nietig zijn (zie onder 4.9). Met dit uitgangspunt strookt naar haar mening niet dat de ‘de aanwerving’ van een uitzendkracht wél kan worden belet door de rechtsvorm voor te schrijven waarin de uitzendkracht werkzaam dient te zijn. Naar mijn mening gaat het echter niet zozeer om de vraag of een rechtsvorm zou zijn voorgeschreven, maar om de vraag of het gaan verrichten van werkzaamheden als zzp’er voor de inlenende onderneming onder de reikwijdte van de Uitzendrichtlijn kan vallen (zie onder 3.6 en 4.14). Verder stelt Bevers dat volgens de Nederlandse wetgever het belemmeringsverbod waarborgt “ dat de uitlener op geen enkele wijze beperkingen zal stellen aan de vrije keuze van arbeid van de ter beschikking gestelde arbeidskracht om bij de inlener in dienst te treden ”. Als ‘in dienst treden’ louter zou worden opgevat als ‘in loondienst treden’, zou dat wel degelijk een beperking van de vrije arbeidskeuze van de uitzendkracht betekenen, aldus Bevers. Ook de waarde van dit argument acht ik beperkt, omdat, zoals besproken onder 5.1-5.6, de Nederlandse wetgever het belemmeringsverbod duidelijk in relatie heeft gezien met het aangaan van een arbeidsovereenkomst door de uitzendkracht, zodat ook de opmerking over het ‘ geen beperkingen stellen aan de vrije keuze van arbeid ’ in dat verband moet worden gelezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a, en de alinea staat in dat document op bytes 110751 tot 113168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a | shasum -a 256