Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 9.3 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:46.

In de eerste plaats heeft het HvJ EU in zijn arrest Pfeiffer overwogen, dat wanneer het nationale recht het door de toepassing van de daarin erkende uitleggingsmethoden in bepaalde omstandigheden mogelijk maakt om een bepaling van de nationale rechtsorde aldus uit te leggen dat een conflict met een andere bepaling van nationale recht wordt vermeden of om met dit doel de strekking van die bepaling te beperken door haar slechts toe te passen voor zover zij met die andere bepaling verenigbaar is, de rechter verplicht is dezelfde methoden te gebruiken om het door de richtlijn beoogde resultaat te bereiken. Over de exacte reikwijdte van deze overweging bestaat discussie. Volgens Wissink is in ieder geval duidelijk dat de nationale rechter erop wordt gewezen dat hij in het kader van zijn verplichting tot richtlijnconforme interpretatie gebruik moet maken van de technieken die hij volgens zijn nationale recht ter beschikking heeft om een (soms vergaande) interpretatie te geven aan een wetsbepaling of samenstel daarvan. Een tweede belangrijke aanwijzing van het HvJ EU gaat over de verhouding tussen rechter en wetgever. Volgens het HvJ EU moet de nationale rechter met name bij de toepassing van een speciaal ter uitvoering van een richtlijn vastgestelde nationale regeling, deze zoveel mogelijk in het licht van de bewoordingen en het doel van de betrokken richtlijn uitleggen. Het HvJ EU heeft in aansluiting hierop overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a, en de alinea staat in dat document op bytes 131038 tot 132791.