Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 12.4 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:46.

Op de stellingen onder (c) hoefde het hof mijns inziens niet nader in te gaan, nu het hof in rov. 6.5 heeft overwogen dat de stelling van [eiser] dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst direct en alleen te wijten is aan de verwijtbare gedragingen van de directie van FOH, onvoldoende aannemelijk is. Dat oordeel brengt immers mee dat het hof niet de stelling van [eiser] volgt, dat het aan FOH zelf te wijten is dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd. De omstandigheid dat relaties zelf al afscheid hadden genomen van [eiser] is niet los te zien van de verwijten die [eiser] aan de directie van FOH maakte (kort gezegd: financiële malversaties met WMO- en pgb-gelden). [eiser] heeft deze verwijten ook publiek gemaakt, waardoor kennelijk opdrachtgevers geen gebruik meer hebben willen maken van de diensten van FOH. Nu het hof heeft willen wegblijven van de vraag of de verwijten van [eiser] aan FOH terecht waren, is ook niet vastgesteld of inderdaad sprake was van het ‘eigener beweging’ afscheid nemen van relaties van FOH, of dat die relaties door het handelen van [eiser] geen gebruik meer hebben gemaakt van de diensten van FOH, zoals FOH stelde. Daarin ligt besloten dat de door [eiser] gestelde omstandigheid geen gewicht in de schaal kan leggen bij de belangenafweging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a, en de alinea staat in dat document op bytes 161408 tot 162851.