Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:468.
In het arrest uit 2014 is het uitgangspunt bevestigd dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling (daaronder begrepen een comparitie van partijen of pleidooi in dagvaardingszaken), behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Dit is om te waarborgen dat het verhandelde ter zitting daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing (rov. 3.4.2). Het arrest geeft enkele regels voor het geval aan voornoemd uitgangspunt niet tegemoet kan worden gekomen, bijvoorbeeld door het defungeren, overlijden of langdurig ziek raken van een rechter:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bcb83632a1e3d94efdce75c4258dfee4f2cdb90fd72752089cfb01638fa4c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bcb83632a1e3d94efdce75c4258dfee4f2cdb90fd72752089cfb01638fa4c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 16432 tot 17248.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bcb83632a1e3d94efdce75c4258dfee4f2cdb90fd72752089cfb01638fa4c9a | shasum -a 256