Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.
In de genoemde randnummers van de memorie van antwoord heeft Orthocenter aangevoerd dat zij, zoals zij bij brief van 14 december 2012 heeft meegedeeld, van mening was dat de arbeidsovereenkomst per mei 2013 eindigde, dat [eiser] zonder protest heeft voldaan aan het in dat verband gedane verzoek om alle spullen in te leveren, dat [eiser] is ingegaan op het voorstel om de bedrijfswagen te verkopen en dat [eiser] zich na eind mei 2013 niet beschikbaar heeft gesteld voor het verrichten van werkzaamheden. Orthocenter heeft deze stellingen betrokken ter onderbouwing van haar verweer dat [eiser] zich zou hebben neergelegd bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per eind mei 2013. Het hof heeft zijn oordeel echter niet op dit verweer gegrond. Het hof behoefde dus niet te responderen op de in dat kader door Orthocenter betrokken stellingen. Ook in zoverre falen de klachten van subonderdelen Ib en Ic.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 65566 tot 66558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19 | shasum -a 256