Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

Op grond van de voornoemde (ten tijde van de opzegging en ook thans nog geldende) hoofdregel van art. 7:627 en 7:628 lid 1 BW (‘geen arbeid, geen loon’) is een loonvordering op de voet van art. 7:628 BW (oud) over een periode dat de werknemer geen arbeid heeft verricht (behoudens bij ziekte als bedoeld in art. 7:629 BW) slechts toewijsbaar als (1) de werknemer de bereidheid heeft gehad om de bedongen arbeid te verrichten of (2) ondanks het ontbreken van deze bereidheid moet worden aangenomen dat de arbeid niet is verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen. Uw Raad overwoog in het arrest Hema/ [...] als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 75728 tot 76602.