Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

De tweede aanwijzing over de stelplicht en bewijslast van de werknemer met betrekking tot zijn bereidheid tot het verrichten van de bedongen arbeid ontleen ik aan de memorie van toelichting bij de Wet Werk en Zekerheid. Hierin wordt bij de voorgenomen wijziging van de risicoregeling van art. 7:628 lid 1 BW (hiervoor 3.24) vermeld dat het op grond van de voorgestelde formulering aan de werkgever is om te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken dat bij de werknemer de bereidheid ontbrak om de bedongen arbeid te verrichten. Daarna vermeldt de toelichting dat hier sprake is van een wijziging. De wetgever gaat er dus kennelijk vanuit dat de stelplicht en bewijslast op dit punt onder de huidige risicoregeling niet (volledig) op de werkgever rust. De memorie van toelichting bij de Wet Werk en Zekerheid vermeldt op dit punt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 80805 tot 81845.