Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.
Bij de bespreking van dit onderdeel stel ik het volgende voorop. Onder het tot 2015 geldende ontslagrecht kon de rechter steeds een schadevergoeding toekennen als de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk was opgezegd (art. 7:681 BW (oud)). In de bepaling worden als mogelijke gevallen van kennelijk onredelijk ontslag door de werkgever genoemd (1) dat de reden van het ontslag niet is aangegeven of dat een voorgewende of valse reden is opgegeven (art. 7:681 lid 2 sub a BW) en (2) dat de gevolgen van de beëindiging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij beëindiging (art. 7:681 lid 2 sub b BW (oud), hierna: ‘het gevolgencriterium’). In de onderhavige cassatiezaak komt het aan op het gevolgencriterium.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 89108 tot 90011.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19 | shasum -a 256