Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.
Bij de toepassing van het gevolgencriterium komt het aan op een weging van alle omstandigheden van het geval. Hierbij valt onder meer te denken aan de voor de werknemer getroffen voorzieningen en zijn mogelijkheden om ander passend werk te vinden. De enkele omstandigheid dat de werknemer zonder toekenning van vergoeding is ontslagen, levert geen grond op voor toewijzing van een vordering op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Bij de beoordeling van een vordering ex art. 7:681 BW (oud) is de situatie beslissend die ten tijde van het eindigen van de arbeidsovereenkomst bestond of voorzienbaar was. Nadien intredende omstandigheden kunnen in aanmerking worden genomen als zij aanwijzingen opleveren voor wat niet later dan op voormeld tijdstip kon worden verwacht. De stelplicht en bewijslast rusten op de partij die zich op de kennelijke onredelijkheid van de opzegging beroept.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 90091 tot 91346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19 | shasum -a 256