Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de vraag of de opzegging kennelijk onredelijk is enerzijds en de vaststelling van de vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging anderzijds. Uw Raad oordeelde in de arresten [.../...] en [.../...] dat bij de vaststelling van de hoogte van een schadevergoeding op grond van art. 7:681 BW (oud) de gewone regels over begroting van schade(vergoeding) toepasselijk zijn en dat zij niet aan de hand van een algemene formule mag geschieden. In deze arresten heeft Uw Raad verder overwogen dat de rechter ingevolge art. 6:97 BW wel een grote mate van vrijheid heeft bij de schadebegroting en vrij is om de hoogte van de vergoeding uiteindelijk naar billijkheid op een bedrag te begroten. Voorts is het vaste rechtspraak van Uw Raad dat de rechter bij het bepalen van de omvang van de vergoeding alle omstandigheden van het geval ten tijde van het einde van de dienstbetrekking in aanmerking dient te nemen (waaronder de aard en de ernst van het tekortschieten van de werkgever en de daaruit voortvloeiende nadelen voor de werknemer). Omstandigheden die na het einde van de dienstbetrekking intreden, dient de rechter daarentegen bij het bepalen van de omvang van de vergoeding (net als bij de beoordeling of sprake is van kennelijk onredelijke opzegging, hiervoor 3.38) buiten beschouwing te laten, behoudens voor zover daaruit aanwijzingen zijn te putten voor hetgeen uiterlijk op het tijdstip van ingang van het ontslag kon worden verwacht met betrekking tot de gevolgen van het ontslag voor de werknemer. De rechter dient kenbaar aandacht te besteden aan de vraag of de omstandigheden die na het einde van de dienstbetrekking zijn ingetreden, aanwijzingen opleveren voor wat uiterlijk op de ontslagdatum kon worden verwacht. Een cumulatie van een schadevergoeding vanwege onrechtmatige opzegging (art. 7:680 BW (oud)) en een schadevergoeding vanwege kennelijk onredelijke opzegging (art. 7:681 BW (oud)) is niet op voorhand uitgesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 91426 tot 93802.