Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.41 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

De klacht faalt. Bij de beoordeling of een ontslag in het licht van het gevolgencriterium kennelijk onredelijk is, komt het aan op een weging van alle relevante omstandigheden van het geval (hiervoor 3.38). Daartoe behoort ook de aard en het karakter van de functie. In dit geval staat vast dat [eiser] de functie van statutair bestuurder bekleedde. Dat gegeven mocht het hof dus meewegen. Voor zover de klacht mocht betogen dat het hof zijn beslissing uitsluitend heeft gegrond op de aard en het karakter van de functie van [eiser] faalt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft immers ook in de beoordeling betrokken dat [eiser] een aanzienlijk inkomen heeft verdiend, dat hij (gezien zijn vermogen in vastgoed, levensloopregeling en verdere beleggingen) bepaald niet onbemiddeld is en dat bovendien niet aannemelijk is dat hij niet meer als tandarts werkzaam zal kunnen zijn om daarmee nog een redelijk inkomen te verdienen (hiervoor 2.16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 94608 tot 95585.