Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 3.43 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

Volgens subonderdeel IIIc zou de overweging van het hof met betrekking tot de vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag onbegrijpelijk zijn in het licht van de omstandigheid dat Orthocenter gedurende een gedeelte van de bij de voorwaardelijke opzegging gehanteerde opzegtermijn (namelijk vanaf 31 mei 2013 tot en met 31 december 2013) geen vergoeding heeft betaald. Het subonderdeel vormt in zoverre een herhaling van de laatste klacht van subonderdeel Ic.1. Dit gedeelte van subonderdeel IIIc faalt op dezelfde gronden als subonderdeel Ic.1 bij gebrek aan grondslag in de gedingstukken (hiervoor 3.18). In subonderdeel IIIc wordt voorts aangedragen dat het hof bij zijn beoordeling had moeten betrekken dat Orthocenter ruim 1 miljoen euro aan (in het kader van de arbeidsovereenkomst) uitbetaalde vergoedingen van [eiser] terugvordert. Ook deze klacht faalt, omdat deze stelling geen deel uitmaakte van het debat over kennelijk onredelijk ontslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 96563 tot 97638.