Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

Bij vonnis van 18 februari 2005 heeft de rechtbank Noord-Holland de vorderingen van [eiser] afgewezen. Zij overwoog daartoe kort samengevat het volgende. [eiser] heeft de in het kader van de kennelijke onredelijkheid van de opzegging gestelde valse of voorgewende reden onvoldoende concreet onderbouwd (rov. 4.6), terwijl bovendien uit hetgeen Orthocenter naar voren heeft gebracht en aan stukken heeft overgelegd, voldoende blijkt dat de door Orthocenter opgegeven reden (wederzijds verlies van vertrouwen) ook de daadwerkelijke reden voor de opzegging is geweest (rov. 4.7). Met betrekking tot de door [eiser] gestelde gevolgen van de opzegging heeft de rechtbank allereerst overwogen dat Orthocenter, gegeven de in rov. 4.7 weergegeven omstandigheden, een voldoende ernstig belang heeft bij de beëindiging van het dienstverband (rov. 4.10). Het enkel niet aanbieden van een vergoeding maakt de opzegging nog niet kennelijk onredelijk (rov. 4.9 en 4.11). [eiser] had weliswaar een redelijk gevorderde leeftijd en een langdurig dienstverband bij Orthocenter, maar daar staat tegenover dat hij zodanig veel bij Orthocenter heeft verdiend dat hij geacht moet worden een adequate oudedagsvoorziening te hebben opgebouwd. Voorts heeft Orthocenter voldoende onderbouwd aangegeven dat [eiser] een aanzienlijk vermogen heeft in de vorm van een levensloopregeling, een beleggingsvennootschap en diverse onroerende zaken. [eiser] is als tandarts verder ook niet kansloos op de arbeidsmarkt (rov. 4.11). De gevorderde schadevergoeding op grond van onregelmatig ontslag is afgewezen, omdat rechtens geldig overeenkomstig artikel 8.1 van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst is opgezegd, ook als wordt aangenomen dat die arbeidsovereenkomst zou doorlopen tot 67 jaar, zoals door [eiser] is gesteld en door Orthocenter is betwist (rov. 4.13). Bij een verklaring voor recht omtrent de leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst zou aflopen en de verslagen van de functioneringsgesprekken heeft [eiser] geen belang meer (rov. 4.14). [eiser] is als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten verwezen (rov. 4.15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 24545 tot 26677.