Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:470.

Van een voorgewende reden is volgens het hof evenmin sprake. Het hof acht in dat verband het volgende van belang. Volgens [eiser] is de werkelijke reden van de opzegging gelegen in de wens van Orthocenter om hem een beroep op de financieel aantrekkelijke en tussen partijen overeengekomen exit-regeling te onthouden (rov. 3.5.4). Uit de correspondentie tussen [betrokkene 3] , als voorzitter van de Raad van Commissarissen, en (de advocaat van) [eiser] uit 2011 en voorjaar 2012 volgt naar het oordeel van het hof dat geen discussie bestond over de geldigheid van de vergoedingsclausule, dat [betrokkene 3] daar ook niet aan wilde tornen en dat ook in een nieuw te sluiten aangepaste arbeidsovereenkomst de verworven rechten zouden worden geëerbiedigd. [eiser] heeft volgens het hof derhalve in deze procedure op geen enkele wijze onderbouwd dat het bestaan van deze regeling heeft geleid tot zodanige verdeeldheid dat Orthocenter van [eiser] af zou willen (rov. 3.5.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 151c5f8d46d10e8e1d6a24bc0e37a195cce35463358c6f7f9fdecc7b4d706c19, en de alinea staat in dat document op bytes 35081 tot 36066.