Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:477.

In dit verband komt het arrest TenneT/ABB goed van pas, ook al heeft het strikt genomen betrekking op een geheel andere materie: het passing on -verweer in kartelzaken. In de doctrine woedde niet alleen een debat over de vraag of dit verweer erkenning verdiende, maar ook over de vraag waar het vervolgens zou moeten worden ingepast: bij schadebegroting of bij voordeelstoerekening? Ook deze discussie had te lijden onder de indruk dat Uw Raad in het kader van art. 6:100 BW extra terughoudend zou zijn. We zien dat terug in deze zaak waarin TenneT ABB aanspreekt, omdat zij vanwege een kartel een te hoge prijs voor een installatie zou hebben betaald. De rechtbank wijst de vordering toe en verwerpt het beroep van ABB op het doorberekeningsverweer. Het hof overweegt echter dat het door TenneT aan haar afnemers doorberekende deel van haar schade in mindering dient te worden gebracht op de schadevergoeding. In cassatie betoogt TenneT dat het doorberekeningsverweer moet worden beschouwd als een beroep op art. 6:100 BW en in dit verband wijst zij op de drempels die daarbij aan de orde zijn. Ook hier is dus de vraag: gaat het om een kwestie van schadebegroting of van voordeelstoerekening ? De intensiteit van het debat, zowel in de literatuur over de status van het doorberekeningsverweer in het algemeen als in de concrete procedure, geeft de indruk dat het veel uitmaakt. Uw Raad toont zich echter pragmatisch: het passing on -verweer, dat inderdaad door Uw Raad wordt erkend, kan de gedaante hebben van het verweer dat schade ontbreekt hetgeen dan in het kader van schadebegroting dient te worden meegenomen, maar mag ook in het kleed van een voordeelstoerekeningsverweer worden gehuld. Afhankelijk van het partijdebat wordt het verweer onder de noemer van art. 6:97 dan wel van art. 6:100 BW behandeld. Linksom, schadebegroting, of rechtsom, voordeelstoerekening, dient het resultaat hetzelfde te zijn en het regime daarmee dus ook. In het kader van art. 6:100 BW komt Uw Raad daarbij terug van eerdere rechtspraak waar het gaat om de uitleg van ‘een zelfde gebeurtenis’. Op dit punt wordt nu genoegen genomen met een condicio-sine-qua-non-verband. Wat de inhoudelijke toets betreft: het komt er, zowel in de schadebegrotingsoptie als in die van voordeelstoerekening ex art. 6:100 BW, uiteindelijk op aan te beoordelen welke nadelen en welke voordelen in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij redelijkerwijs als een gevolg van deze gebeurtenis aan de schuldenaar kunnen worden toegerekend. Daarmee wordt in het kader van art. 6:100 BW in wezen dezelfde maatstaf aangelegd als in het kader van art. 6:98 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb, en de alinea staat in dat document op bytes 75380 tot 78507.