Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:477.

Mocht rov. 2.5 moeten worden gelezen als een toepassing van het leerstuk van de schadebeperkingsplicht, dan klaagt subonderdeel 1.2 wat mij betreft terecht dat sprake is van een verrassingsbeslissing. Volgens Uw Raad kan de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding pas verminderen wegens eigen schuld van de benadeelde, waarvan schending van de schadebeperkingsplicht een speciës is, na een voldoende gemotiveerd beroep van de aansprakelijk gestelde partij daarop en nadat partijen daarover een debat hebben kunnen voeren; dat vloeit voort uit het beginsel van hoor en wederhoor. Coop heeft haar beroep op schending van de schadebeperkingsplicht gedaan bij antwoordakte van 20 januari 2015, waarna arrest is gewezen. [eiser] heeft dus niet de gelegenheid gehad zich hierover uit te laten. Daarover nog meer specifiek het volgende. Anders dan het hof overweegt, ligt het wat mij betreft niet voor de hand dat [eiser] reeds bij het aanleveren van de gegevens over zijn inkomsten had toegelicht waarom hij over een deel van de bewuste periode geen inkomsten heeft genoten. Bij het tussenarrest van 11 november 2014 had het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [eiser] teneinde gegevens over zijn inkomsten te verschaffen (rov. 2.13 in het tussenarrest van 11 november 2014). [eiser] heeft een daarop gerichte akte genomen en Coop heeft eerst nadien, bij antwoordakte, een beroep op schending van de schadebeperkingsplicht gedaan. Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad mag de rechter niet uitgaan van de juistheid van stellingen uit het laatste gedingstuk. Ambtshalve toepassing van het leerstuk van eigen schuld – waarvan de schadebeperkingsplicht een uitwerking vormt – is, zoals Uw Raad heeft aangegeven in het arrest Regiopolitie/Hovax , niet toegestaan. Bij die stand van zaken mocht het hof het beroep op de schadebeperkingsplicht niet honoreren zonder [eiser] in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten. Subonderdeel 1. 2 klaagt hier terecht over. Verder wordt in subonderdeel 1.2 mijns inziens ook terecht aangevoerd dat het hof onvoldoende feiten en omstandigheden bijeen heeft gebracht voor het honoreren van een beroep op de schadebeperkingsplicht. In dat kader dient immers te worden onderzocht in hoeverre de benadeelde in redelijkheid gehouden was zijn schade te beperken. Het hof heeft echter niet (kenbaar) beoordeeld of, en zo ja op welke wijze en in welke mate, van [eiser] in redelijkheid kon worden verlangd dat hij zijn schade zou beperken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb, en de alinea staat in dat document op bytes 96378 tot 99363.