Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:477.

Onderdeel 3 komt op tegen rov. 2.7 van het eindarrest. Hierin heeft het hof onder meer overwogen dat de door [eiser] bij zijn akte als productie 2 overgelegde Verklaring nagekomen bedrijfslasten d.d. 18 december 2014 van accountant, [A], waarin een bedrag van in totaal € 105.687,50 aan bedrijfslasten is opgenomen, moet worden beschouwd als een tardieve eisvermeerdering, waarvoor in dit stadium van de procedure geen plaats meer is. Het onderdeel klaagt dat onbegrijpelijk is waarom naar het oordeel van het hof sprake is van een eisvermeerdering. [eiser] wijst er in dat verband op dat hij volgens het hof gegevens diende over te leggen op grond waarvan de in rov. 2.12 van het tussenarrest van 11 november 2014 bedoelde vergelijking gemaakt kon worden tussen de hypothetische situatie zonder ontbinding en de financiële situatie waarin [eiser] feitelijk heeft verkeerd. Volgens [eiser] horen de bedrijfslasten bij die feitelijke situatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb, en de alinea staat in dat document op bytes 108129 tot 109135.