Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 5.14 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:477.

Onderdeel 3 is ingesteld onder de voorwaarde dat het eerste onderdeel van het principaal cassatieberoep slaagt. Aan deze voorwaarde wordt naar mijn mening voldaan (hiervoor 4.12). Het onderdeel klaagt dat het hof bij het begroten van de schade die [eiser] heeft geleden een onjuiste maatstaf heeft toegepast door in de hypothetische situatie zonder de ontbinding niet het gemiddeld ondernemersloon op het resultaat van de onderneming in mindering te brengen. Deze klacht treft geen doel. Uitgangspunt voor de schadeberekening is een vergelijking tussen de hypothetische situatie zonder de ontbinding en de feitelijke financiële situatie waarin [eiser] thans verkeert. Dat uitgangspunt wordt ook niet door Coop bestreden. Het hof heeft in de feitelijke situatie rekening gehouden met de inkomsten van [eiser] uit arbeid. Ook dat uitgangspunt is door Coop in cassatie niet aangevallen. Dit betekent dat ook in de hypothetische situatie zonder de ontbinding rekening moet worden gehouden met opbrengsten die op zijn eigen arbeidsinzet zijn terug te voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb, en de alinea staat in dat document op bytes 126274 tot 127390.