Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:477.

In conventie heeft de rechtbank overwogen als volgt. Tussen partijen bestaat overeenstemming dat de tussen hen gesloten overeenkomsten zijn beëindigd en dat er een afrekening moet plaatsvinden. Of voldoende grondslag bestond voor de ontbinding door Coop kan dus in het midden blijven (rov. 4.2.). Het verweer van [eiser] dat Coop is tekortgeschoten door een ondeugdelijke exploitatiebegroting over te leggen, wordt verworpen, omdat een dergelijke prognose volgens vaste rechtspraak niet als een garantie mag worden beschouwd (rov. 4.3.-4.4.). Vervolgens heeft de rechtbank de toewijsbaarheid van de vorderingen van Coop beoordeeld. [eiser] heeft de juistheid van het door Coop gevorderde bedrag van € 290.458,85 onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat het gevorderde bedrag toewijsbaar is (rov. 4.6.2.). Een door Coop gevorderde vergoeding van de personeelskosten is echter als onvoldoende toegelicht afgewezen (rov. 4.6.4.). De rechtbank heeft daarom € 285.682,48 aan Coop toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00eee41073546d2cc48fcb3361c1f75afc664bbb3f8229d6cb784927d7a81deb, en de alinea staat in dat document op bytes 21288 tot 22389.