Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:478.

Het debat in de onderhavige zaak bouwt voort op een discussie (tussen andere partijen) die is uitgemond in het door het hof aangehaalde arrest van 2 oktober 2009 . Die zaak betrof een geval waarin bij een huiszoeking zaakschade was toegebracht aan een verhuurde woning. De verhuurder, een woningbouwcorporatie, vorderde vergoeding van de Staat. Toen de Staat – evenals in de onderhavige zaak – zich beriep op het bepaalde in art. 6:101 lid 2 BW, met het argument dat de schade geheel of ten dele moest worden toegerekend aan ‘eigen schuld’ van de betrokken huurders, wees het hof dat argument van de hand. Het overwoog dat “de strekking van dit artikel is om de houder van een zaak te beschermen tegen schadeclaims van de beschadiger via een tegenvordering, waarvoor hij zich tegenover de eigenaar van de zaak heeft gevrijwaard en deze situatie zich hier voordoet.” Kortom, zo parafraseer ik de beslissing van het hof in die zaak, de Staat zou uitsluitend een beroep op het tweede lid kunnen doen indien inderdaad een circuit d’actions dreigt. Volgens het toenmalige cassatiemiddel van de Staat en ook volgens de Hoge Raad gaf het hof daarmee een te beperkte uitleg aan art. 6:101 lid 2 BW. De Hoge Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554, en de alinea staat in dat document op bytes 34899 tot 36237.