Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:478.

Dit probleem zou kunnen worden opgelost door het tweede lid van art. 6:101 BW buiten toepassing te verklaren indien het gaat om een eigenaar van een door de Staat beschadigde zaak die van de Staat vergoeding vordert op grond van het égalitébeginsel. Zover zou ik niet willen gaan: deze oplossing heeft het nadeel dat de rechter geen rekening meer kan houden met andere redenen dan het égalitébeginsel om een deel van de zaakschade voor rekening van de eigenaar van de zaak te laten. Ook het hof heeft daarvoor niet gekozen. De mogelijkheid om in een geval als dit toepassing te geven aan de billijkheidscorrectie als bedoeld in het eerste lid van art. 6:101 BW heeft daarom de voorkeur. De billijkheidcorrectie houdt in deze situatie in dat het égalitébeginsel de ondergrens aangeeft van hetgeen de benadeelde eigenaar van de Staat mag claimen, ook in een geval waarin aan de huurder als (gewezen) verdachte in het desbetreffende strafvorderlijk onderzoek geen beroep op het égalitébeginsel toekomt (in het denkbeeldige geval dat de huurder de Staat tot vergoeding zou aanspreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554, en de alinea staat in dat document op bytes 42941 tot 44042.