Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:478.

In de feitenrechtspraak is over de billijkheidscorrectie in combinatie met het tweede lid van art. 6:101 BW weinig jurisprudentie te vinden. In een geval van zaakschade na huiszoeking woog de kantonrechter te Dordrecht voor toepassing van de billijkheidscorrectie mee: of aan de verhuurder een verwijt kon worden gemaakt. De kantonrechter overwoog dat door de verhuurder niet is gekeken naar de kredietwaardigheid van de huurder, dat de verhuurder akkoord is gegaan met contante betaling van de huur, dat door de verhuurder niet was doorgevraagd naar het adres en de werkwijze van het bedrijf van de huurder en dat de verhuurder had volstaan met een afschrift van een in het Roemeens opgesteld legitimatiebewijs waarop ‘temporara’ was afgedrukt, zonder (door) te vragen naar referenties .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf461a3583be3baee5fd38ce356673f893f38b399a43dff8bfb9432ad31f9554, en de alinea staat in dat document op bytes 48902 tot 49770.