Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:484.

Onder 1.2 komt de Gemeente op tegen ’s hofs oordeel voor zover het hof, ondanks de vaststelling dat bevolkingskrimp en de als gevolg daarvan aan te passen woningbouwplannen niet in de SOK zijn verdisconteerd (en dus “onvoorzien” zijn), is nagegaan of de Gemeente van die omstandigheden kennis droeg, althans of die omstandigheden voor haar kenbaar waren. Zij klaagt dat het hof heeft miskend dat voor de vaststelling of sprake is van “onvoorziene omstandigheden” in de zin van art. 6:258 BW en (daarmee) de art. 13 en 21.1 SOK niet beslissend is of de omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voorzienbaar waren. Het komt volgens de klacht slechts erop aan van welke veronderstellingen partijen zijn uitgegaan: of zij in de mogelijkheid van het optreden van de onvoorziene omstandigheden hebben willen voorzien of althans stilzwijgend die mogelijkheid hebben verdisconteerd . Gelet op de juiste beoordelingsmaatstaf is ’s hofs oordeel volgens de Gemeente innerlijk tegenstrijdig en daarmee onbegrijpelijk; de vaststelling dat sprake is van een niet verdisconteerde omstandigheid en het oordeel dat desondanks geen sprake is van een onvoorziene omstandigheid, zijn onverenigbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02b29fa6b1a92751406bcf006db72c7d623911be4180f8803afedce787e54e5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02b29fa6b1a92751406bcf006db72c7d623911be4180f8803afedce787e54e5e, en de alinea staat in dat document op bytes 73249 tot 74580.