Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017
Onder 3.40 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:484.
Ingevolge art. 6:97 BW dient de rechter de schade te begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat. De rechter heeft hier een grote mate van vrijheid . De geboden vrijheid houdt volgens de parlementaire geschiedenis mede in dat de rechter bij de vaststelling van de schade niet gebonden is aan de gewone regels van stelplicht en bewijs . De Hoge Raad lijkt daarover inmiddels anders te denken: ten aanzien van het bestaan en de omvang van de schade, alsmede het causaal verband, blijven in beginsel de gewone bewijsregels gelden . De wijze van begroting is sterk met de feiten verweven en kan in zoverre in cassatie niet op juistheid worden getoetst .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02b29fa6b1a92751406bcf006db72c7d623911be4180f8803afedce787e54e5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02b29fa6b1a92751406bcf006db72c7d623911be4180f8803afedce787e54e5e, en de alinea staat in dat document op bytes 116670 tot 117688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02b29fa6b1a92751406bcf006db72c7d623911be4180f8803afedce787e54e5e | shasum -a 256