Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 4.4.2 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.
In alle gevallen geldt dat een tweede medische indicatie-octrooi slechts wordt verleend indien (naar het oordeel van de verlenende instantie) de uitvinding voldoet aan onder meer de vereisten van nieuwheid en inventiviteit. Bij een SG-I octrooi zou de leek kunnen menen dat de nieuwheid en inventiviteit problematisch is, omdat het middel al wordt gebruik voor de betreffende aandoening. De gemiddelde vakman zou echter kunnen oordelen dat de technische leer van het octrooi (belangrijke) kennis toevoegt over de gevallen waarin het geneesmiddel met meer succes kan worden ingezet. Omdat de therapeutische werking van het middel al bekend was voor de behandeling van de groep patiënten met de betreffende ziekte, zal volgens de TKvB de aanduiding van de subgroep aan bepaalde eisen moeten voldoen, wil zij in aanmerking kunnen komen voor een afzonderlijk octrooi. In het bijzonder wordt vereist dat de subgroep zich in pathologisch en fysiologisch opzicht onderscheidt van de patiëntengroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 52088 tot 53158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1 | shasum -a 256