Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.

Hoewel de vraag of een carve-out volstaat naar Nederlands recht dus nog niet eenduidig is beantwoord, ligt naar mijn mening een ontkennend antwoord meer voor de hand dan een bevestigend antwoord. Iemand die profiteert van het, als gevolg van zijn eigen handelen, voorzienbare handelen van derden ten koste van de gerechtvaardigde belangen van een ander, kan zich immers niet reeds aan elke verantwoordelijkheid jegens die ander onttrekken door zich erop te beroepen dat het gaat om handelen van derden en niet van hemzelf. Voor aansprakelijkheid is echter nodig dat de producent/handelaar van een generiek middel een directe of indirecte inbreuk maakt. Dit kan niet worden omzeild door zonder meer terug te vallen op de algemene regeling van de onrechtmatige daad van art. 6:162 BW. In gevallen als het onderhavige wordt de vraag wat in de verhouding tussen generiek producent/handelaar en octrooihouder wel of niet geoorloofd (markt)gedrag is, immers primair bepaald door de grenzen die worden getrokken door het octrooirecht. Met andere woorden, het is denkbaar dat in deze verhouding (ook al kan de onrechtmatige daad soms aanvullende bescherming bieden) bepaald handelen niet als onrechtmatig heeft te gelden omdat het octrooirechtelijk niet als een inbreuk kan worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 79199 tot 80531.