Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.
(iii) Ook moet er een verband bestaan tussen het vervaardigen en het hiervoor genoemde bewuste gebruik van het middel voor de geoctrooieerde toepassing, omdat de producent anders niet zou kunnen weten of hij inbreuk zou maken. Dit moet blijken uit de intentie van de vervaardiger (par. 122; zie ook [2016] EWCA Civ 1006, par. 191). In de procedure is aanvankelijk in eerste aanleg geoordeeld dat de producent de subjectieve intentie (het oogmerk) moet hebben om zijn generieke geneesmiddel te vervaardigen voor de geoctrooieerde toepassing. In hoger beroep is geoordeeld dat een objectieve intentie volstaat, dat wil zeggen dat voor de producent redelijkerwijs voorzienbaar is dat zijn generieke geneesmiddel bewust voor de geoctrooieerde toepassing zal worden gebruikt. Is hieraan voldaan, dan rust op de producent een inspanningsverplichting om redelijke maatregelen te treffen om dat gebruik te voorkomen . Zie Floyd LJ, [2015] EWCA Civ 556, par. 127 en, nader uitgewerkt, [2016] EWCA Civ 1006:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 84211 tot 85413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1 | shasum -a 256