Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 4.31.2 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.

Zie ik het goed, dan betrekt het hof vervolgens bij zijn uitleg van het octrooi de voorbehouden handelingen (rov. 4.2), als een hulpmiddel om te bepalen wat het octrooi toevoegt aan de stand van de techniek en dus om de beschermingsomvang van het octrooi daarop af te stemmen. Het hof vraagt zich immers af wanneer met het verhandelen van de stof de voordelen van het ‘nieuwe’ gebruik van de stof (rov. 4.3) respectievelijk het gebruik voor de subgroep (rov. 4.4) worden gerealiseerd. Deze aanpak is terug te voeren op Teva’s pleitnota in appel nr. 21 waarnaar het hof verwijst. Daar bepleit Teva dat voor een inbreuk is vereist dat Teva haar ribavirine verhandelt specifiek voor de geoctrooieerde selectie namelijk door de selectie in combinatie met de behandelduur na te streven. In andere gevallen zou volgens Teva slechts sprake zijn van verhandelen van ribavirine voor het reeds bekende, vrije gebruik voor de ‘brede’ groep patiënten. Het hof aanvaardt deze gedachte en vertaalt die – zie ik het goed: met enige hierna te noemen nuances − naar de uitleg van het octrooi.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 121750 tot 122953.