Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 4.34 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.

Op dit punt moet naar mijn mening een onderscheid worden gemaakt tussen de situatie vóórdat EP 861 werd verleend en de situatie na verlening. Vóórdat EP 861 werd verleend, behoorden patiënten met de later in EP 861 geopenbaarde kenmerken tot de gehele groep – van een sub groep was toen nog geen sprake. Aangenomen dat EP 861 nieuw en inventief is, kan worden gezegd dat voordat de subgroep werd gedefinieerd in EP 861, zij als zodanig niet bestond. De stelling dat de sub groep vóór de verlening van EP 861 ook al werd behandeld met ribavirine, is strikt gesproken innerlijk tegenstrijdig omdat zij berust op kennis die eerst door EP 861 is geopenbaard. Pas na het verlenen van EP 861 kan een zinvol onderscheid worden gemaakt tussen de groep en de subgroep, dat wil zeggen de vraag worden gesteld of het generieke geneesmiddel is bedoeld voor behandeling van een patiënt die behoort tot de groep dan wel tot de subgroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 127079 tot 128156.