Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 4.36 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.

Het is in deze redenering dus ook mogelijk dat de stof (niet specifiek, maar) ‘toevallig’ wordt gebruikt in een geval dat valt onder EP 861. Dan wordt, zo begrijp ik het hof, nog steeds Grint toegepast. Hierop doelt het hof naar mijn mening in rov. 4.4, derde volzin: “ Het was immers al in de stand van de techniek bekend om de stof te gebruiken voor de groep patiënten waarvan de subgroep deel uitmaakt zodat die stof ook kon worden gebruikt voor de behandeling van die subgroep. ” Het hof verwerpt daarmee de gedachte dat de beschermingsomvang van een SG-I octrooi zoals EP 861 zich uitstrekt tot het enkele feit dat een tot de subgroep behorende patiënt wordt behandeld met het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 129945 tot 130726.