Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 4.49 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:488.

Dit betekent volgens mij dat de vervaardigingsstap in een Swiss type conclusie niet mag meebrengen dat de octrooihouder geen bescherming toekomt in situaties waarin die bescherming wel gerechtvaardigd is. De situatie waarin de producent/handelaar van een generiek geneesmiddel weet of met voldoende mate van zekerheid kan voorzien dat zijn geneesmiddel, niettegenstaande een carve-out in de SmPC of bijsluiter, zal worden gebruikt voor de geoctrooieerde indicatie maar geen adequate maatregelen treft om dat gebruik tegen te gaan, is naar mijn mening een dergelijke situatie. Dit is mijns inziens ook het normatieve uitgangspunt dat ten grondslag ligt aan het oordeel van het hof en de Hoge Raad in de zaak Sun/Novartis , al werd dat oordeel gegeven in een ander juridisch kader (het wetenschapsvereiste van art. 73 lid 1 ROW 1995). Met A-G Van Peursem ben ik het eens dat daarbij voldoende is dat de maatregelen de inbreuk bemoeilijken en het gebruik van het middel voor de geoctrooieerde indicatie ernstig ontraden. Niet kan immers van de producent/verhandelaar van het generieke middel worden verwacht dat hij de inbreuk volledig voorkomt/wegneemt, aangezien dit niet in zijn macht ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89be182b55f2588ef62d65e85d2f82736d43a19d1d9ef726377475d7507a66b1, en de alinea staat in dat document op bytes 149439 tot 150812.