Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017

Onder 2.3.3. Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:496.

De Inspecteur heeft in zijn verweerschrift voor de Rechtbank als meer subsidiair standpunt aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de onderhavige navorderingsaanslag terecht is opgelegd omdat tijdens het hiervoor in 2.1.5 vermelde telefonische overleg op 29 juli 2008 de gemachtigde van belanghebbende aan de Inspecteur het voorstel heeft gedaan om met de vorming van de HIR in het jaar 2000 akkoord te gaan en de vrijval van de HIR in het jaar 2004 te belasten door middel van het opleggen van een navorderingsaanslag over dat jaar, en hij (de Inspecteur) dit voorstel heeft aanvaard en uitgevoerd. In dit meer subsidiaire standpunt ligt als stelling van de Inspecteur besloten dat tussen hem en belanghebbende een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen die maakt dat belanghebbende niet het recht toekomt zich tegen de onderhavige navorderingsaanslag te verweren op de grond dat een nieuw feit ontbreekt. Aan de behandeling van deze stelling - waarvan uit de uitspraak van het Hof of de stukken van het geding niet blijkt dat zij door de Inspecteur is ingetrokken - is het Hof niet toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0de0188d87febb08b8782115b18763915213145a47b4ccdcf8aee8f32fb8b5bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0de0188d87febb08b8782115b18763915213145a47b4ccdcf8aee8f32fb8b5bb, en de alinea staat in dat document op bytes 142945 tot 144059.