Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:496.

Naar aanleiding van een ingesteld boekenonderzoek over de jaren 2005 tot en met 2009 is aan u een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 2005. Tevens is bij dit onderzoek geconstateerd dat over de jaren 2006 tot en met 2009 nog correcties aangebracht moeten worden voor de omzetbelasting. Voor deze correcties zullen nog naheffingsaanslagen worden opgelegd. Ook voor de vennootschapsbelasting zullen er door middel van nog op te leggen navorderingsaanslagen over de jaren 2006, 2007 en 2008 bedragen worden gecorrigeerd. Tijdens het boekenonderzoek is geconstateerd dat het totaalbedrag dat te weinig is betaald aan omzetbelasting en vennootschapsbelasting. Op grond van richtlijnen heeft [B] aan mij in mijn functie van boetespecialist de zaak voorgelegd. Na uitgebreide bestudering van het dossier kom ik tot de conclusie dat het aan opzet te wijten is dat er te weinig omzetbelasting en vennootschapsbelasting is betaald en dat u derhalve in aanmerking komt voor een vergrijboete van 50%. Voor 2005 is er al in december 2005 ten behoud van rechten een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd met een vergrijpboete van 50%. [B] heeft tijdens het onderzoek regelmatig contact met mij gehad. Uiteindelijk heeft hij aangegeven dat voordat het controlerapport afgedaan zou worden er een mondeling overleg zou plaatsvinden tussen u en mij. Dit overleg (naar mijn mening in een goede sfeer) heeft plaatsgevonden op dinsdag 16 augustus 2011 op het belastingkantoor in [P] . Bij aanvang van het gesprek heb ik u aangegeven dat u met betrekking tot de vragen die gesteld worden op de boete u niet verplicht bent om te antwoorden. Vervolgens zijn wij inhoudelijk op enkele aspecten van de resultaten van het onderzoek ingegaan. U gaf heel duidelijk aan dat u niet opzettelijk onjuiste aangiftes heeft ingediend. Hierop liet ik u blijken uw mening niet te delen omdat u zeer zeker met betrekking tot de balansschuld omzetbelasting 2005 de indruk heeft gewekt dat u er op hoopte dat deze zou verjaren. We hebben gesproken over de wijze waarop de problematiek afgedaan zou kunnen worden. Ik heb duidelijk aangegeven dat ik wel opensta voor een oplossing maar dat ik u toch opzet blijf verwijten. U gaf aan dat u met de ontvanger een regeling heeft afgesproken. Maandelijks betaalt u een bedrag van € 3500 en u heeft tevens de toezegging gedaan dat u - zodra u uw woning heeft verkocht - u het bedrag van de overwaarde (u schat dat in op minimaal € 120.000) zal aanwenden om de resterende belastingschuld te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0de0188d87febb08b8782115b18763915213145a47b4ccdcf8aee8f32fb8b5bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0de0188d87febb08b8782115b18763915213145a47b4ccdcf8aee8f32fb8b5bb, en de alinea staat in dat document op bytes 41463 tot 44067.