Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.33 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:509.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 1998, NJ 1998/350 ( Paulissen/Gemeente Tilburg ) kan echter worden afgeleid dat óók deze mogelijkheid bestaat. Het ging in die zaak om een vordering van de Staat om Paulissen te veroordelen tot vergoeding van de kosten van voorbereiding en uitvoering van de sanering van bodemverontreiniging die door een onrechtmatige daad van Paulissen was veroorzaakt. Paulissen heeft vervolgens de gemeente Tilburg en Brabocon in vrijwaring opgeroepen en gevorderd dat de gemeente en Brabocon hoofdelijk worden veroordeeld om aan Paulissen te betalen al datgene waartoe Paulissen als gedaagde in de hoofdzaak ten behoeve van de Staat mocht worden veroordeeld. De rechtbank heeft Paulissen in de hoofdzaak in beginsel aansprakelijk geacht en, uitgaande van dit oordeel, de Staat in de gelegenheid gesteld bewijsstukken ten aanzien van de door hem gemaakte saneringskosten te overleggen. In de vrijwaringsprocedure heeft de rechtbank de vordering afgewezen. Tegen het vonnis van de rechtbank, voor zover in de hoofdzaak gewezen, hebben de Staat (principaal) en Paulissen (incidenteel) hoger beroep ingesteld. In de vrijwaringszaak heeft Paulissen tegen voormeld vonnis eveneens hoger beroep ingesteld. Het hof heeft, zich voorlopig beperkend tot de hoofdzaak, bij tussenarrest op het incidenteel beroep de Staat toegelaten tot getuigenbewijs. Nadat vervolgens getuigen waren gehoord, heeft het hof bij een tweede tussenarrest Paulissen in beginsel aansprakelijk geoordeeld en, met het oog op de vaststelling van de omvang van de door haar verschuldigde schadevergoeding – meer specifiek de vraag of deze moet worden gematigd – de hoofdzaak aangehouden in afwachting van de beslissingen in de vrijwaringsprocedure. Het hof overwoog daartoe dat de het antwoord op de vraag of grond voor matiging bestaat, mede afhangt van de uitkomst van de vrijwaringsprocedure. Bij het in de vrijwaringsprocedure gewezen arrest heeft het hof, nog voordat in de hoofdzaak eindarrest was gewezen, de gemeente veroordeeld tot betaling van 75% van al hetgeen waartoe Paulissen ten behoeve van de Staat in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld. In cassatie verwijt Paulissen het hof dat het in de vrijwaringsprocedure eindarrest heeft gewezen zonder tegelijkertijd of tevoren een nader arrest te wijzen in de hoofdzaak. De Hoge Raad overweegt dat hoewel gelijktijdige afdoening van de hoofdprocedure en de vrijwaringsprocedure de voorkeur verdient, geen rechtsregel het hof belette, overeenkomstig zijn reeds in een tussenarrest aangekondigde voornemen, de vrijwaringsprocedure te beslissen alvorens in de hoofdzaak over de matigingsvraag te oordelen, een volgorde waarvan moet worden gezegd dat Paulissen, zo zij zich daarmee al niet had verenigd, zich daartegen in elk geval niet heeft verzet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e2ec565d14b6cb353d13c7913cb46a9706451a6f72bc140cf3b55dd8150c79a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e2ec565d14b6cb353d13c7913cb46a9706451a6f72bc140cf3b55dd8150c79a, en de alinea staat in dat document op bytes 50077 tot 53097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e2ec565d14b6cb353d13c7913cb46a9706451a6f72bc140cf3b55dd8150c79a | shasum -a 256