Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.40 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:509.

Weliswaar is het mogelijk dat [eiseres] zich in de schadestaatprocedure nog voegt, zoals in cassatie wordt betoogd door [verweerster]. Art. 218 Rv bepaalt immers dat voeging mogelijk is tot en met de roldatum waarop de laatste conclusie ‘in het aanhangige geding’ wordt genomen, terwijl de schadestaatprocedure in zoverre moet worden beschouwd als een voortzetting van de hoofdzaak. Nu in de vrijwaringszaak al een definitieve veroordeling is uitgesproken van [eiseres] voor alles waartoe [verweerster] in de hoofdzaak wordt veroordeeld jegens [betrokkene 2] c.s., biedt dat echter geen afdoende soelaas voor [eiseres]. Denkbaar is immers dat [eiseres] tegen bepaalde schadeposten een specifiek verweer wil voeren, dat in de verhouding tussen [verweerster] en [betrokkene 2] c.s. niet opgaat, maar in de verhouding tussen [eiseres] en [verweerster] wel. Voeging in de schadestaatprocedure tussen [betrokkene 2] c.s. en [verweerster] biedt geen basis voor [eiseres] om dergelijke verweren aan de orde te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e2ec565d14b6cb353d13c7913cb46a9706451a6f72bc140cf3b55dd8150c79a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e2ec565d14b6cb353d13c7913cb46a9706451a6f72bc140cf3b55dd8150c79a, en de alinea staat in dat document op bytes 61554 tot 62646.