Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.2.11 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
Hoewel het subonderdeel (en overigens ook de hierna te bespreken subonderdelen II.2 en II.3 ) is gericht tegen “ ’s hofs oordeel in rov. 4 in combinatie met de eerste vier volzinnen van rov. 15 ”, zijn er geen inhoudelijke klachten gericht tegen ’s hofs vooropstelling in rov. 4. [verweerders] lijken de klacht in hun s.t. punten 3.26-3.28 wel te lezen als (mede) gericht tegen rov. 4. [eiser] heeft in haar repliek punt 6 echter verduidelijkt dat met subonderdeel II.1 niet is bedoeld om aan te voeren dat het goed werkgeverschap nimmer een waarschuwingsplicht voor de werkgever kan meebrengen. Er kan dan ook vanuit worden gegaan dat ’s hofs vooropstelling in rov. 4 niet wordt bestreden. Die vooropstelling over de norm van goed werkgeverschap is overigens juist, ook in de tijd waarom het hier gaat, eind jaren negentig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 66922 tot 67839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256