Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.2.33 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
Het in art. 149 lid 1 Rv neergelegde verbod op aanvulling van de feiten dient te worden onderscheiden van het in art. 24 Rv neergelegde verbod op aanvulling dan wel uitbreiding van de feitelijke grondslag. Waar art. 149 lid 1 Rv de rechter – kort samengevat – verbiedt om bij zijn beslissing rekening te houden met feiten die geen onderdeel uitmaken van het door partijen aangevoerde feitenmateriaal, brengt art. 24 Rv naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad mee dat een rechter zijn beslissing niet mag baseren op rechtsfeiten die weliswaar kunnen worden afgeleid uit de in het geding gebleken feiten, maar die door de betreffende partijen niet aan zijn vordering of het verweer ten grondslag zijn gelegd. De feitelijke grondslag is in wezen de juridische kwalificatie die iemand geeft aan de door hem aangevoerde ‘feitelijke’ feiten. Overigens hoeft iemand die zich op een bepaald rechtsgevolg van feiten beroept niet altijd expliciet een kwalificatie op die feiten te ‘plakken’: uit de aangevoerde feiten kan de feitelijke grondslag ook impliciet blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 92972 tot 94250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256