Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.2.34 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.

“Bij aanvulling van feiten draait het om de omvang van het door partijen gezamenlijk aangevoerde feitenbestand waar de rechter in beginsel uit mag putten: het geheel van aangevoerde en gebleken feiten. Het is dus niet nodig dat deze feiten zijn ingeroepen: het volstaat als zij blijken uit overgelegde gedingstukken. Aanvulling of uitbreiding van de feitelijke grondslag betreft de vraag welke feiten in het kader van zekere rechtsregels zijn ingeroepen: de ingeroepen en gestelde rechtsfeiten. Het is hiervoor niet nodig dat ieder concreet feit dat de rechter uit eindelijk aan zijn beslissing ten grondslag legt, uitdrukkelijk door de partij ten gunste van wie dat geschiedt, is ingeroepen: dat is slechts nodig voor de essentiële rechtsfeiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 94529 tot 95291.