Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.2.34 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
Dit laatste wordt niet altijd onderkend. Toch volgt dit rechtstreeks uit de wet: de rechter mag zijn beslissing binnen zekere grenzen ook baseren op feiten die niet door partijen zijn gesteld, zoals feiten van algemene bekendheid (art. 149 lid 2 Rv) en feiten die ‘in het geding te zijner kennis zijn gekomen’ (art. 149 lid 1 Rv), zoals specifieke bepalingen uit een overgelegde overeenkomst. Als partijen ieder feit zouden moeten inroepen, zou de rechter nooit zelfstandig gebruik kunnen maken van feiten van algemene bekendheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 95303 tot 95851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256