Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.2.36 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.

Ook Beenders en Ahsmann stellen dat dat het de rechter in beginsel vrijstaat om uit de gedingstukken bepaalde conclusies te trekken en dat hij zich daarmee in beginsel niet schuldig maakt aan het ongeoorloofd aanvullen van feiten (art. 149 Rv). Beenders voegt daar aan toe dat het verbod op aanvulling van de feitelijke grondslag (art. 24 Rv) meebrengt dat de rechter bij het trekken van conclusies de nodige voorzichtigheid dient te betrachten. Voorts geldt dat het onderscheid tussen een verboden aanvulling van de feitelijke grondslag en een toegestaan trekken van conclusies uit de gedingstukken, niet altijd scherp is te maken. Uiteindelijk komt het erop aan wat in de gegeven omstandigheden als een redelijke interpretatie van de gedingstukken kan worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 97573 tot 98718.