Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.1.11 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
De subonderdelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat het op de weg van [eiser] lag om te stellen – en zo nodig te bewijzen – op welk moment [verweerders] daadwerkelijk (subjectief) bekend waren met de schade als gevolg van de waardeoverdracht en de daarvoor aansprakelijke persoon. Voor zover de subonderdelen berusten op het uitgangspunt dat de verjaringstermijn van art. 3:310 BW al kan gaan lopen op het moment dat de benadeelde met de schade redelijkerwijs bekend had kunnen en/of moeten zijn , gaan zij dan ook uit van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 27452 tot 28105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256