Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.1.16 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
De klacht in subonderdeel I.3 gaat ervan uit dat het hof in rov. 16 heeft geoordeeld dat [eiser] had moeten aantonen dat [verweerders] in 2002 met de totale (beweerdelijke) geleden schade bekend zou zijn geweest. In dat geval zou het hof hebben miskend dat voor aanvang van de korte verjaringstermijn in art. 3:310 lid 1 BW geen bekendheid van de benadeelde met alle schadecomponenten vereist is. Voldoende is dat hij bekend is met schade die hij lijdt of heeft geleden als gevolg van foutief handelen. Verjaring die op de voet van art. 3:310 BW begint te lopen, geldt mede voor de vordering tot vergoeding van schade waarvan de benadeelde kon verwachten dat hij die als gevolg van datzelfde tekortschietend handelen zou kunnen gaan leiden. Het subonderdeel verwijst in dit kader naar het arrest van de Hoge Raad [C/D] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 32552 tot 33594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256