Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.1.18 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.

Hoewel de Hoge Raad in het arrest [C/D] inderdaad heeft geoordeeld dat voor het aanvangen van de korte verjaringstermijn in art. 3:310 lid 1 BW niet vereist is dat de benadeelde bekend is met alle componenten of de gehele omvang van zijn schade als gevolg van dat tekortschietend of foutief handelen, volgt uit dat arrest wel dat daarbij nog steeds de eis geldt dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met enige schade. In rov. 3.5 van dit arrest overweegt de Hoge Raad immers dat voldoende is dat de benadeelde bekend is geworden met schade die hij heeft geleden of lijdt als gevolg van tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. De Hoge Raad vervolgt dat die bekendheid de benadeelde immers daadwerkelijk in staat stelt om tegen de aansprakelijke persoon een vordering tot schadevergoeding in te stellen. De verjaringstermijn die vervolgens op de voet van art. 3:310 lid 1 BW begint te lopen geldt mede voor de vordering tot vergoeding van schade waarvan de benadeelde kon verwachten dat hij die als gevolg van datzelfde tekortschietend handelen zou gaan lijden, aldus de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 34521 tot 35745.