Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.1.22 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
Bij de beoordeling van deze klacht dient het volgende tot uitgangspunt. Art. 6:89 BW bepaalt dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. De ratio van art. 6:89 BW is dat de schuldenaar die een prestatie heeft verricht wordt beschermd doordat hij erop mag rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoord, en indien dit niet het geval blijkt te zijn, zulks, eveneens met spoed aan de schuldenaar meedeelt. Voor koop bevat art. 7:23 BW een vergelijkbare regel met dezelfde ratio. De regels die voor die bepaling gelden, zijn van overeenkomstige toepassing bij een beroep op art. 6:89 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 39817 tot 40789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256