Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.1.24 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.

De in art. 6:89 BW bedoelde termijn wordt in de literatuur algemeen aanvaard als een wettelijke vervaltermijn. De vervaltermijn mag door de rechter niet ambtshalve worden toegepast. Dit betekent dat de schuldenaar zich op art. 6:89 BW moet beroepen. Tot 12 december 2014 bestond onduidelijkheid over de vraag op wie de stelplicht en bewijslast rusten met betrekking tot de feiten die een beroep op art. 6:89 BW kunnen dragen. Deze stelplicht- en bewijslastverdeling is in diverse arresten aan de orde geweest en ook in de literatuur is er veel over geschreven. In het arrest Far Trading/Edco heeft de Hoge Raad hierover duidelijkheid gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 41927 tot 42937.