Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 3.1.28 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.
3. Daarna is het aan de schuldenaar om de feiten die een beroep op art. 6:89 BW kunnen dragen te stellen en zo nodig te bewijzen. Daarbij gaat het om feiten (i) waaruit kan volgen op welk moment de schuldeiser heeft ontdekt of bij een redelijkerwijs van hem te vergen onderzoek had behoren te ontdekken dat de verrichte prestatie niet aan de overeenkomst beantwoord, én (ii) dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot aan het moment waarop de schuldeiser geklaagd heeft, zo lang is geweest dat niet kan worden gesproken van een tijdige klacht als bedoeld in art. 6:89 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 47270 tot 47918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c | shasum -a 256