Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.1.31 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:511.

Gelet op deze gevolgtrekking, die de stellingen van [eiser] duidelijk in de sleutel van bevrijdende verjaring plaatst en de vrijheid die de feitenrechter toekomt bij de interpretatie van de gedingstukken en de daarmee corresponderende beperkte toets in cassatie , is het zeker niet onbegrijpelijk dat het hof in de hiervoor vermelde stellingen niet (ook) een beroep op de klachtplicht heeft gelezen. Zoals gezegd, is het vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat art. 6:89 BW niet ambtshalve mag worden toegepast, maar dat de schuldenaar daarop een beroep moet doen. Met dit uitgangspunt valt moeilijk te rijmen dat de rechter een beroep op de klachtplicht al te gemakkelijk in de gedingstukken zou mogen “inlezen”, laat staan moeten inlezen. Dit zou ook op gespannen voet staan met de belangen van de wederpartij (de schuldeiser) die – nadat door de schuldenaar een beroep op de klachtplicht is gedaan – dient te stellen en zo nodig te bewijzen dát en op welk moment door haar is geklaagd (‘de tweede trede’). Gelet op het vorenstaande falen de klachten in subonderdeel II.5.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a3c14325e426d36f9617bcca5c2a1a57df50dc717115650ceb2c1776525f98c, en de alinea staat in dat document op bytes 51707 tot 52905.