Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:514.

De verzwijgingsregeling is een specialis van de algemene bepalingen over dwaling en bedrog (art. 6:228 respectievelijk art. 3:44 lid 3 BW). Art. 7:928 en 7:930 BW zijn als onderdeel van titel 7.17 BW per 1 januari 2006 ingevoerd en in de onderhavige zaak toepasselijk. In art. 7:928 BW komen vier vereisten tot uitdrukking die Uw Raad onder het voordien geldende regime van art. 251 Wetboek van Koophandel voor het aannemen van een mededelingsplicht heeft ontwikkeld. Deze vereisten worden in de literatuur algemeen aangeduid als (1) het relevantievereiste, (2) het kenbaarheidsvereiste, (3) het kennisvereiste en (4) het verschoonbaarheidsvereiste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb33b5fcc8cb6bf9a7b68f3b8133b6cdca9d1bb0872e753e942fe3248aa8a68f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb33b5fcc8cb6bf9a7b68f3b8133b6cdca9d1bb0872e753e942fe3248aa8a68f, en de alinea staat in dat document op bytes 32543 tot 33496.