Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:516.
Het gegeven dat de Hoge Raad in rov. 4.6 van zijn verwijzingsarrest één van de klachten (onderdeel 4.9) van het principaal cassatiemiddel gegrond heeft verklaard, brengt hierin geen verandering. De desbetreffende klacht is gericht tegen rov. 4.10 van het bestreden arrest waarin het hof aandacht heeft besteed aan de ratio van art. 5 sub 3 EEX-Vo, te weten dat deze bevoegdheidsregel berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de rechterlijke instantie van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan op grond waarvan het om redenen verband houdend met een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze laatste bevoegd is. Volgens het hof ontbreekt dit bijzonder nauw verband tussen de vordering van Universal Music en de Nederlandse rechter, waarvoor het hof een aantal omstandigheden noemt die allemaal in de Tsjechische rechtssfeer liggen. Een van de omstandigheden die het hof noemt is dat zowel de koper als de verkopers gevestigd waren in Tsjechië. Tegen deze laatste vaststelling komt het principaal cassatiemiddel terecht op, omdat tussen partijen vast staat dat Universal Music niet in Tsjechië maar in Nederland is gevestigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec97a29ad63faa68fc37663d8b6c5357d7eef3d4fcefdd3c69eec4297c9d68b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec97a29ad63faa68fc37663d8b6c5357d7eef3d4fcefdd3c69eec4297c9d68b2, en de alinea staat in dat document op bytes 23863 tot 25097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec97a29ad63faa68fc37663d8b6c5357d7eef3d4fcefdd3c69eec4297c9d68b2 | shasum -a 256