Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017

Onder 5.4.2 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:519.

Art. 3:173 BW, dat deel uitmaakt van titel 3.7 van Boek 3 BW, bepaalt dat ieder der deelgenoten van degene onder hen die voor de overigen beheer heeft gevoerd, jaarlijks en in ieder geval bij het einde van het beheer rekening en verantwoording kan vorderen. Ingevolge art. 3:189 lid 1 BW gelden de bepalingen van titel 3.7 niet voor de daarin genoemde bijzondere gemeenschappen, waaronder de huwelijksgemeenschap. In de onderhavige zaak is evenwel wat betreft de woning geen sprake van een huwelijksgemeenschap, maar van een eenvoudige gemeenschap. Daarop is art. 3:173 BW dan ook van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53a8d5ba3bdd9386cd9cf74a47aee1510c8bdcacf2d21396f7a6e9cbc62fefa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53a8d5ba3bdd9386cd9cf74a47aee1510c8bdcacf2d21396f7a6e9cbc62fefa, en de alinea staat in dat document op bytes 37066 tot 37676.